Vier hogescholen starten regionale 'living labs' voor elektrische vrachtwagens
In dit artikel:
Vier hogescholen — Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), Hogeschool van Amsterdam (HvA), Hogeschool Rotterdam (HR) en Breda University of Applied Sciences (BUas) — werken samen binnen de SPRONG-groep LILS om de elektrificatie van vrachtwagenvloten in Nederland te versnellen. Het project, gefinancierd door Topsector Logistiek en in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), richt zich op het opzetten van vier regionale living labs waarin praktijkbedrijven betrokken worden. De living labs lopen van maart tot november 2026.
Aanleiding zijn toenemende beleidsdruk en stimulansen: ETS2, zero-emissiezones, strengere CO2-normen voor trucks en de vrachtwagenheffing dwingen vervoerders te verduurzamen, terwijl subsidies zoals AanZET en SPRILA de overstap vergemakkelijken maar niet alle onzekerheden wegnemen. Vervoerders worstelen met vragen over timing van investeringen, voertuigkeuze, laadstrategieën, netaansluitingen en het maken van een sluitende businesscase.
De RUG heeft een fleet replacement-model ontwikkeld dat verder gaat dan traditionele TCO-berekeningen: het combineert actieradius, laadopties, ritprofielen, energievoorziening en de verhouding tussen investerings- en bedrijfskosten. De vier hogescholen gaan dit model in regionale contexten testen en valideren. Per regio worden minimaal drie transportbedrijven geselecteerd; via diepte-interviews en data-inwinning worden vloot- en ritgegevens ingevoerd in het model, waarna de uitkomsten samen met de bedrijven worden besproken.
Naast technische validatie brengen de living labs ook praktische belemmeringen in kaart — operationele, financiële, infrastructurele en governancevraagstukken — en stemmen de hogescholen methoden en protocollen op elkaar af zodat bevindingen vergelijkbaar zijn en samen een nationale synthese opleveren. Alle resultaten worden teruggekoppeld aan de RUG met als doel het model te verbeteren en eenvoudiger inzetbaar te maken voor meer vlooteigenaren, en zo de samenwerking tussen hogescholen, universiteit en bedrijfsleven te versterken.