Kabinet legt 79 miljoen euro bij voor goederenvervoer; focus verschuift naar bereikbaarheid
In dit artikel:
Het kabinet investeert extra in de logistieke keten: voor 2026–2028 is 79 miljoen euro bovenop bestaande budgetten beschikbaar gesteld voor goederenvervoer, plus nog eens 43 miljoen euro specifiek voor extra vrachtwagenparkeerplaatsen. De beleidsagenda markeert een beleidsverschuiving: niet langer louter mobiliteit als uitgangspunt, maar bereikbaarheid en leveringszekerheid als leidende doelen.
De verklaring is praktisch en economisch: het Nederlandse netwerk als logistiek knooppunt bleek de afgelopen jaren kwetsbaar voor internationale verstoringen, terwijl goederenvervoer ruim 14% van het bbp vertegenwoordigt. De strategie gaat daarom uit van het versterken van de weerbaarheid van corridors, knooppunten en alternatieve routes, in plaats van sturen op aantallen voertuigen of gereden kilometers.
De 79 miljoen wordt over vier hoofdsporen verdeeld. Het grootste deel (42 miljoen) is bedoeld om bestaande modaliteiten beter te benutten; daarvan is 30 miljoen gereserveerd voor emplacement Kijfhoek, het belangrijke rangeerterrein bij Rotterdam om wagonlading per spoor nieuw leven in te blazen. Verder is 9 miljoen bestemd voor de voortzetting van de Modal Shift‑subsidie (weg naar water/spoor), 8 miljoen voor digitalisering—zoals de Basis Data Infrastructuur en digitale aanmeldsystemen bij sluizen—en 20 miljoen voor realisatiepacten rond multimodale knooppunten (onder meer Rotterdam, Venlo, Tilburg). Daarnaast staat er 3,5 miljoen klaar voor de invoering van Europese digitale regels (zoals eFTI) en 0,5 miljoen voor afstemming van ruimte voor buisleidingen.
Wegvervoer blijft onmisbaar: de markt bepaalt de modaliteitskeuze, maar de overheid wil voorwaarden scheppen zodat de “juiste modaliteit op de juiste plaats en tijd” haalbaar wordt. Dat betekent ook investeringen in energie-infrastructuur langs wegen—laadpunten, netcapaciteit, waterstof- en biobrandstofvoorzieningen.
De extra middelen vormen volgens het kabinet een eerste impuls, geen allesomvattende oplossing. Verdere uitvoering en aanvullende investeringen moeten in overleg (bijv. MIRT) worden uitgewerkt, waarbij de overheid meer de regie neemt maar samenwerking met de logistieke keten blijft zoeken.