Groot chauffeurstekort: zijn chauffeurs uit derde landen dan de oplossing?
In dit artikel:
Een recente analyse van de Europese Commissie, uitgevoerd door de IRU, maakt duidelijk dat het Europese wegvervoer kampt met een structureel tekort aan chauffeurs: naar schatting zo’n 500.000 vacatures in de EU. De studie, met data uit 2023, toont een snel vergrijzend beroep — gemiddelde leeftijd rond 47 jaar en slechts 5% jonger dan 25 — terwijl de instroom van vrouwen en jongeren onder de 10% blijft. Daardoor is het tekort geen tijdelijke dip maar een langdurig knelpunt voor de logistieke keten.
Ongeveer 300.000 chauffeurs uit niet-EU-landen werkten in 2023 in de Unie (circa 7,5% van het totaal; in goederenvervoer zo’n 8%). De spreiding tussen lidstaten is groot: Polen voert de ranglijst aan met ruim 162.000 derde-landerschauffeurs (bijna 30% van hun internationale chauffeursbestand), waarvan meer dan de helft uit Oekraïne komt. Denemarken geeft daarentegen weinig attesten af ondanks een tekort van 24%, en Spanje heeft ongeveer 19.800 chauffeurs van buiten de EU (ongeveer 6%).
De inzet van chauffeurs uit derde landen botst op flinke bureaucratische obstakels. Visum-, werk- en verblijfsprocedures duren gemiddeld 6–12 maanden en kunnen tot €20.000 per persoon kosten. Een hardnekkig probleem is de “CPC-paradox”: het vakbekwaamheidscertificaat (Code 95) vereist vaak een voorafgaand legaal verblijf, terwijl legaal werken juist om dat certificaat vraagt. Buitenlandse rijbewijzen en kwalificaties worden vaak niet erkend, waardoor herexamen in een vreemde taal noodzakelijk is.
Sommige landen versnellen instroom via knelpuntberoepenlijsten of bilaterale akkoorden; Duitsland experimenteert met meertalige examens en soepelere regels. De studie concludeert dat chauffeurs van buiten de EU kunnen helpen, maar geen wondermiddel vormen: verbeterde arbeidsvoorwaarden, meer jongeren en vrouwen in het vak én minder administratieve barrières zijn tegelijk nodig om het tekort structureel aan te pakken.