Geld uit je laadpaal: ERE-regeling is definitief (maar hoe stap je over van HBE?)
In dit artikel:
De Eerste Kamer heeft op 31 maart 2026 de nieuwe ERE-regeling definitief gemaakt; de regeling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Voor transportbedrijven en andere eigenaren van laadpalen betekent dit een nieuwe opbrengstpost: per geladen kilowattuur kan een vergoeding worden opgeëist doordat er ERE-certificaten worden uitgegeven en verhandeld.
De ERE-systematiek vervangt de oude HBE-aanpak en meet niet meer primair het aandeel hernieuwbare energie maar de daadwerkelijke CO₂-reductie: één ERE staat voor één kilo vermeden CO₂. Volgens de Nederlandse Emissieautoriteit sluit dit beter aan op Europese regels. Verantwoordelijke emissieproducenten, zoals oliemaatschappijen, blijven verplicht hun uitstoot te compenseren, maar doen dat voortaan door het inkopen van ERE’s.
Laadpaalhouders kunnen rekenen op ongeveer €0,10 per kWh als compensatie; laden met zonnestroom kan de vergoeding verdubbelen. De administratieve afhandeling verloopt via zogenoemde inboekdienstverleners die de geladen energie in het NEa-register registreren en de ERE-certificaten verhandelen. Voor HBE-deelnemers is de overgang relatief duidelijk maar niet optioneel; er gelden specifieke spelregels voor de conversie.
Tegelijkertijd komt de regeling terwijl elektrificatie in wegtransport toeneemt en commerciële druk hoog is; de extra inkomsten kunnen, zeker voor vlooteigenaren met eigen laadinfra, helpen om de totale eigendomskosten (TCO) gunstiger te maken.