Diesel straks 20 of 30 cent per liter duurder door oorlog Midden-Oosten
In dit artikel:
De militaire escalatie tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran die op 28 februari begon, heeft volgens Christian Dolderer (Lead Research Analyst, Transporeon) direct een schokgolf door de oliemarkten gestuurd. Cruciaal is de Straat van Hormuz — goed voor ongeveer 20% van het wereldwijde zeetransport van olie — waar een de facto blokkade de vrees voor knelpunten voedt. Bij opening van de handel op 2 maart schoot Brent-olie 10–12% omhoog, kortstondig boven de 80 dollar per vat.
Dieselprijzen reageren daarbij asymmetrisch: ze stijgen snel bij escalatie maar dalen slechts langzaam als de rust terugkeert. Dolderer waarschuwt dat een voortzetting van de spanning Brent naar circa 100 dollar per vat kan duwen, wat neerkomt op ongeveer 12–15 cent extra grondstofkosten per liter en 20–30 cent hogere pompprijzen binnen enkele weken.
Olie-analisten onderscheiden drie uitkomsten: bij snelle de-escalatie stabilisatie rond 80–85 dollar met een aanhoudende ‘oorlogspremie’; bij middellange verstoring stijging naar 90–100 dollar met volatiele benzine- en dieselprijzen; en bij langdurige sluiting van de Straat van Hormuz een prijs boven 125 dollar met zware ontwrichting van Europese toeleveringsketens. EU-overheden zullen waarschijnlijk ingrijpen zodra diesel richting de symbolische 2 euro per liter gaat, bijvoorbeeld via accijnsverlagingen of tijdelijke compensaties zoals in 2022–2023. Een kleine meevaller: Hongarije heeft een voorgenomen tolverhoging van 30% per 1 maart teruggedraaid, wat transporteurs op doorreis enige kostenverlichting oplevert.