50 jaar ITOY: MAN 321 (1980)
In dit artikel:
MAN behaalde binnen twee jaar na zijn eerste International Truck of the Year-trofee opnieuw de prijs met de 321, een doorgedreven verbetering van de eerdere 280. Als concurrenten uit die periode worden de zuinig ingestelde DAF 2800 DKSE en de verrassend sterke Fiat Daily genoemd. In Europa verscheen de 321 vooral als 19.321 4×2-trekker of als drieassige bakwagen; de Britse uitvoering (16.321) debuteerde pas op de Motor Show van oktober 1982.
De kern van de vernieuwing was de 320 pk sterke zescilinder D2566MK-motor met een afgestemd inlaatresonantiesysteem en intercooler. Door turbo en inspuiting te optimaliseren en via een impulsvullingssysteem rond 700–900 tpm meer lucht in te laten, behaalde MAN een uitzonderlijk hoog koppel bij lage toerentallen en schonere verbranding — een duidelijk voordeel ten opzichte van de oudere, grotere D2530-motor. De techniek werd later in een breed vermogenbereik (170–360 pk) toegepast onder de naam MAN System Six.
Aan comfort en betrouwbaarheid werd ook gesleuteld: een iets hogere cabine met betere slaapplaatsen, pneumatisch geveerde stoel, elektronische uitlaatrem en vereenvoudigde kanteling; buitenaf viel de nieuwe driedelige zwarte kunststofbumper op. De aandrijving bleef de 13-versnellings Fuller Roadranger met vloerbediende pook, gekoppeld aan de MAN H7-naafreductieas (11 ton in Groot-Brittannië, 13 ton op het vasteland).
Verder was MAN als eerste fabrikant leverbaar met laagprofiel Michelin XZ Pilote-banden die het draagvermogen van een 12.00-band combineerden met de hoogte van een 11.00. In september 1985 verdween de 321 weer uit het programma: de opvolger 331 kreeg een nieuw 12-liter D2866-blok en schakelde terug naar een meer conventioneel inlaatsysteem.